Do's & Don'ts - Transgenderkind & Ouder

Wat moet je wél doen, en wat níet als het gaat om een transgenderkind?

  1. Vraag welke pronoun (hem/haar/hen, hij/zij/die) gewenst is.
  2. Heb je algemene vragen? Educate yourself en check onze Club-T pagina. Ook kan je kijken op transvisie.nl.
  3. Bedenk van tevoren of de vraag die je stelt logisch is.
    Voorbeeld: 'Twijfelt je andere kind nu ook aan zijn/haar gender?' is géén productieve vraag.
  4. Stel moeilijke vragen aan de ouder, het liefst waar het kind niet bijstaat. Dit kan namelijk stressvol zijn voor het genderkind.
  5. Spreek niet in de derde persoon over het kindwaar het kind bij staat.
  6. Vraag de ouder eerst of het uitkomt of je vragen stelt. Soms wil je het er even niet over hebben.
  7. Vergeet de andere eigenschappen van het kind niet.
    Een genderkind is in eerste plaats gewoon een kind. Met een regenboog aan eigenschappen, interesses en ontwikkelingen die niks met gender te maken hebben.
  8. Spreek je met het kind, pas dan je taalgebruik aan op de leeftijd en het begripsniveau.
  9. Ga er vanuit dat de ouders de keuze, hun kind te volgen, zorgvuldig hebben gemaakt.