Hoe het 45 jaar geleden begon

COC Zwolle bestaat 45 jaar. Een leuk moment om eens terug te kijken naar hoe het begon. Onderstaand artikel stond in de rosaria. Een 2-maandelijkse GRATIS uitgave van de ‘gemengde groep’ van de N.V.I.H.  COC, afdeling Zwolle, 5e jaargang, nr. 31; mrt./april ’87.

Het artikel is letterlijk overgetypt door Carlo Duinkerken, inclusief de spellingswijze van de jaren 80. De enige verandering is het aanbrengen van tussenkopjes om de leesbaarheid te vergroten. Wil je ook een typisch jaren 80 lettertype? Download dan hier de pdf.

Historie COC Zwolle
Het COC-Zwolle bestaat tien jaar.
Hoe ontstond het Zwolse COC en wat werd er in de beginjaren zoal gedaan?
De redaktie was benieuwd en neusde wat in oude archieven. Ook had zij een gesprek met drie mensen van-het-eerste-uur, te weten Henny, Henk-Jan en Carlo.
Hieronder een beeld van –met name- de beginjaren van het COC-Zwolle.

In 1976 is het allemaal begonnen. Marinus, COC-er in Zwolle, had het idee opgevat een praatgroep voor homoseksuelen op te starten. Hij stapte naar de COC-werkgroep in Deventer, waar het initiatief met groot enthousiasme werd begroet. De Deventer groep bracht Marinus in kontakt met Zwols COC-er Jan. Jan bracht Marinus in kontakt met Henny en zo werd COC-Zwolle geboren. De werkgroep in Deventer kende Jan van aktiviteiten op homo-gebied in Zwolle, o.a. door het organiseren van een stand in ’72 (zie hiervoor het artikel van Jan Boonstra, ‘Zwolle vóór het COC’, elders in deze Rosaria).
Met mensen uit Deventer en Apeldoorn gingen deze drie om de tafel zitten, wat resulteerde in aankondigingen via persberichten, huisartsen en pastores, dat er een praatgroep ‘voor homofiele jongeren’ zou starten.

Begonnen als praatgroep
Op 12 december werd de praatgroep een feit; er werd gestart met 12 (mannelijke) personen. De eerste avond was er nog begeleiding vanuit Deventer en Apeldoorn, daarna werd verder gedraaid onder begeleiding van Marinus, Henny en Jan. Het gemeleerde gezelschap kwam twee-wekelijks bij elkaar in huiskamerbijeenkomsten. Een aantal mensen had zich voornamelijk ingeschreven om vanuit de praatgroep ‘iets te gaan doen’ met hun homoseksualiteit, aktief te worden. Voor Henk-Jan en Carlo gold dit zeker.
Hoewel de uitgangspunten van de deelnemers nogal verschilden, werd er wel degelijk als praatgroep gewerkt. Voorgestelde gespreksthema’s waren onder andere: relatieproblemen, discriminatie, bespreekbaar maken van homoseksualiteit, seksuele problematiek, uitwisselen van ervaringen met betrekking tot maatschappij, familie, vrienden, werk en onderzoek naar mogelijkheden voor aktiviteiten.

We deden maar iets
Een praatgroep begeleiden, dat doe je tegenwoordig niet even zomaar; toen echter wel. Gespeend van elke ervaring en kennis van zaken, maar mét groot enthousiasme, werden de huiskamerbijeenkomsten gehouden. ‘We deden maar iets’, aldus Henny. Dat  leidde soms tot misverstanden: Carlo, vooral in de praatgroep om aktief te worden, vertelde bijvoorbeeld geen  probleem te hebben. Henny vond echter dat Carlo wél problemen had en na een ondervraging over zijn vrijheid naar vrienden toe met betrekking tot zijn homoseksualiteit, reageerde Henny dan ook triomfantelijk met ‘zie je wel, je hebt wél problemen’. 

De eerste aktie
De praatgroep draaide een jaar. Een aantal mensen wilde als snel maar dan alleen een praatgroep en na afloop van de groep werd met een aantal begonnen als werkgroep COC-Zwolle. De eerste ‘aktie’ bestond uit het organiseren van een nieuwe praatgroep. De respons op de oproepen was zó groot, dat er gelijk met twee groepen gestart kon worden. Daarnaast werden voorbereidingen getroffen voor een stand, er werden folders gemaakt, publiciteit gegeven en er kwamen telefoonnummers van enkele aktievelingen beschikbaar, zodat de telefonische opvang kon beginnen.

Kontakten met derden
In het  najaar van ’77 werd kontakt gezocht met andere organisaties die zich (ook) met homoseksualiteit bezig hielden, zoals de pastorale werkgroep ‘de Kring’ van pater van Rijn, de societeit ‘de Peperbuskelder’, de N.V.S.H. en de lesbiese vrouwengroep 7152. De laatste groep liet, ondanks herhaalde verzoeken om kontakt, pas na twee jaar wat van zich horen.
De bedoeling van de kontakten met de andere groepen, was vooral duidelijk maken dát het COC er was en wát het COC was. Daarnaast konden mogelijkheden gezocht worden in welke vorm er eventueel samengewerkt kon worden en waarin het COC duidelijk iets anders te bieden had. De doelstellingen van de diverse groepen bleken al snel nauwelijks overeen te komen met die van het COC, zeker waar het wens betrof naar buiten te treden.

Gezamenlijke voorlichting
De samenwerking met de pastorale werkgroep en de N.V.S.H. kreeg vorm in het gezamenlijk voorlichting geven. Voor het COC waren vooral de kontakten die pater van Rijn en de N.V.S.H. hadden, belangrijk: de pater en Mimie Beekhuizen van de N.V.S.H. hadden een jarenlange ervaring in het voorlichtingswerk. Naast het gezamenlijk voorlichting geven werden mensen doorverwezen naar de groepen: de pater, zelf al jaren lid van het COC, verwees door naar het COC en het COC deed datzelfde met mensen die met geloofsproblematiek kampten.
De samenwerking in de voorlichtingsgroep heeft tot eind ’85 geduurd, vanaf die tijd heeft het COC een eigen voorlichtingsgroep.

De Peperbuskelder
Was de samenwerking met de ‘de Kring’ en de N.V.S.H. uitstekend, met de societeit ‘de Peperbuskelder’ was het haat en nijd. Deze groep voelde zich kennelijk behoorlijk bedreigd door de kersverse Zwolse COC-groep. De doelstelling van de societeit was het eens per twee weken houden van een café- en dansavond op de zaterdagavond in de kelder van de peperbustoren. Deze ruimte werd gebruikt door allerlei groepen als ontmoetingsklup- en verenigingsruimte. De societeit de Peperbuskelder stond ingeschreven als ‘damclub’, zodat er officieel naar buiten toe geen gelazer zou ontstaan. De kelder was eigendom van de kerk. Pastoor Bos, die iets wilde doen voor homoseksuelen, had de constructie van damclub bedacht. De peperbusgroep was bang dat het COC hun klanten zou afpikken, ofschoon het werkgroepje wat net was ontstaan, helemaal geen soos had. Er werden steeds weer allerlei spookverhalen verteld over het COC. Het  van de daken schreeuwen dat je homo was, nou, dat kón toch niet?, dat soort verhalen.

Salvador
In ’78 werd begonnen met hert huren van de café-ruimte van jongerencentrum Salvador. Eens per twee weken werd een soos gehouden, op dinsdagavond. De eerste dinsdag werden braaf de luiken voor de ramen gesloten, zodat er geen inkijk was. Dezelfde avond kwam daar echter zoveel kommentaar op (‘war is het open karakter van het COC?), dat ze vanaf de tweede dinsdag open waren en dat is zo gebleven tot de laatste avond in Salvador, in november ’86. Alleen op de zaterdag-swingavonden werden de luiken gesloten, maar dat had te maken met het indammen van de geluidsoverlast. Het COC was ‘open’ en bleef dat ook. De soosavonden liepen als een trein en na een half jaar werd overgegaan op een wekelijkse soos,  iedere dinsdagavond. Er kwamen zeker zo’n 60 mensen per avond, voornamelijk mannen. De ‘peperbuskliek’ reageerde aanvankelijk nieuwsgierig op de soos en kwam regelmatig. Op een gegeven moment bleven ze weg. Aanleiding hiervoor was waarschijnlijk dat ze niet genoemd werden in een persbericht dat het COC had doen uitgaan, een persbericht over voorlichting. Het COC volstond met het noemen van ‘de Kring’ en de N.V.S.H., zij waren immers de enigen die met het COC iets deden aan voorlichting. De ‘harde kern’ van de Peperbussocieteit was des duivels, het COC zich van geen kwaad bewust. Natuurlijk broeide er veel meer; het openlijk naar buiten treden van het COC en het ondernemen van allerlei aktiviteiten, het zal allemaal wel kwaad bloed hebben gezet.

Folders uitdelen 
Ondertussen breidde de groep zich gestaag uit en het ‘werk’ werd steeds professioneler. Introduktie inde soos werd van meet af aan gedaan, er werden voorlichtingen gegeven, er werd getraind in aktiviteiten als voorlichting, praatgroepen begeleiden, hulptelefoon en introductie doen. In ’78 werd de eerste COC-infostand gehouden op de Diezerstraat. De werkgroep deelde spraakmakende folders uit aan het winkelende publiek; iedereen die langskwam werd een folder in de handen geduwd: mannen, vrouwen. Kinderen en zelfs baby’s, iedereen moest de blijde boodschap lezen. De straat lag dan ook in een mum van tijd vol met info-folders. De werkgroep voelde zich bijzonder verantwoordelijk voor het ‘gebeuren’ (net geleerd op een training), getuige het feit dat aan het eind van de middag de hele Diezerpromenade werd nagelopen om alle op de grond liggende folders weer braaf op te rapen. ‘Vreselijk netjes’, aldus Henny.

Ouders van homoseksuele kinderen
In ’79 werd de werkgroep ‘ouders van homoseksuele kinderen’ opgericht door wtee jonge en in ieder geval kinderloze flikkers van het COC. Men vond pater van Rijn en Mimi Beekhuizen (deze laatste als moeder van een homozoon, bereid de werkgroep voort te zetten en de opstarters trokken zich daarop terug. De werkgroep bestaat nog steeds en wordt nog immer gekoördineerd door de onovertroffen Mimi. 

Stagiaires van de Sprankel
In datzelfde jaar kwamen er vier stagiaires van de Sprankel een zogenaamde snuffelstage doen bij het COC. Drie (hetero-) dames en één heer liepen overal in mee en aan het eind van hun stage werd door hen besloten een enquete over homoseksualiteit te houden in de trein. Gewapend met een uitgebreide vragenlijst en een foto van twee elkaar zoenende flikkers (Marinus en Henny) werd een kris-kras-meer-mans-dag-kaart of zoiets gekocht en vervolgens op één dag heel Nederland doorgereisd. Er werd hard gewerkt. Maar liefs 450 mensen werden ondervraagd. Uit de antwoorden bleek een uitzonderlijke tolerantie t.o.v. homo’s. Hoeveel schijn daarin zat, bleek meestal ras na de laatste vraag; bij die vraag werd de foto getoond met het verzoek om kommentaar. Veel van de ‘tolerante’ treinreizgers(sters) bleek dit toch wel te ver te gaan (twee jonge mannen met de lippen op elkaar, geen bloot, geen geilheid, heel braaf), homoseksualiteit best, maar dan (blijkbaar) binnenskamers. Wat ook vermeldenswaard is, is dat 5% van de mensen in de trein spontaan vertelde zelf homo te zijn. Leuk voor de statistieken.

De eerste vrouwen
Oók in ’79 kwamen de eerste vrouwen in de werkgroep. De eerste was Yfke, snel daarop volgden Jenny, Klaartje en anderen. Een jaar later werd een aparte vrouwengroep binnen het COC een feit. De aktiviteiten vonden plaats in ‘Jamina’, gekraakt door en in beheer van het vrouwenhuis. (Over het wel en wee van de vrouwengroep: zie de artikelen van Jenny en An elders in dit nummer).
De werkgroep ontwikkelde zich voortvarend en in 1982 kreeg COC-Zwolle de status van afdeling. Intussen waren er een aantal werkgroepen bijeengekomen binnen het COC. De gemengde groep en de vrouwengroep opereerden onafhankelijk van elkaar en in verschillende ruimten (Salvador en Jamina).

Verdere uitbreiding werkgroepen
In dit artikel beperken we ons tot de gemengde groep. Er kwam in ’81 een aktiviteitengroep, die bijzonder aktief was; festivals, film, theater, thema-avonden en akties stonden regelmatig op het programma en binnen deze groep werd ook het afdelingsblad geboren. Later werd het afdelingsblad een aparte werkgroep binnen het COC-gemengd en de naam van het blad veranderde in ROSARIA. Orpheus en een 30-plus groep kregen een plaatsje binnen het COC en er kwam een jongerengroep in’85, die met veel vaart en enthousiasme aan het werk ging, wat onder andere resulteerde in het realiseren van een video- en tentoonstellingsproject (i.s.m. andere COC-jongerengroepen).

De ‘hulpverleningstak’
De ‘hulpverleningstak’ werd na een paar jaar gesplitst in drie aparte groepen: introduktie, telefoon/konsult en praatgroepen/introweekends. Jaarlijks wordt getraind door deze mensen, jaarlijks wordt een ‘introweekend’ georganiseerd voor mensen die nog niet zo lang met hun homoseksualiteit bezig zijn, twee keer per jaar start er een praatgroep voor mannen (de vrouwengroep organiseert ook twee praatgroepen –voor vrouwen- per jaar) en de hulptelefoon en de introduktie op de soos voorziet in een grote behoefte. Kortom: er wordt een berg werk verzet door deze (helaas onderbezette) drie hulpverleningsgroepen.
Er is een bargroep en de jongste loot aan de COC-boom is een gezondheidsgroep.

Nieuw pand in ‘86 
Tot slot: Het COC onderhoudt kontakten met de politie (i.v.m. potenrammerij) en er zitten COC-ers (op persoonlijke titel of vanuit de organisatie)in het slachtofferhulpprojekt, het discriminatiemeldpunt, het homospreekuur en de AIDS-koördinatiegroep.
Het hele skala aan aktiviteiten van de vele werkgroepen (van de gemengde én de vrouwenwerkgroep) vindt sinds december ’86 plaats in ons nieuwe pand, al jarenlang een vurige wens van het COC en dan toch (met veel problemen met de gemeente en de moslims) in vervulling gegaan.
De bouwgroep houdt zich bezig met de verbouwing, de beheersgroep zorgt voor het financiële en praktische beheer. 
Het COC 10 jaar: Wat begon als een huiskamer-praatgroep is nu een afdeling met een eigen café, een swing/theaterzaal, een kantoor, een vergaderruimte en een gespreksruimte, gerund door een kleine 40 vrijwilligers.

Redaktie